Wat het Hof besliste
In de zaak met kenmerk BK-25/536 (ECLI:NL:GHDHA:2026:2060) verwerpt het Gerechtshof Den Haag het automatisme waarmee inspecteurs vormfouten inroepen om de forfaitaire tabel af te dwingen. Het Hof zet drie dingen recht:
- Een taxatierapport dat één dag ná de RDW-inschrijving is opgemaakt, is niet automatisch ongeldig.
- De BPM is geen factuurbelasting: een ontbrekende aankoopfactuur stopt de inhoudelijke waardering niet.
- De inspecteur moet eerst de beschikbare controlemiddelen inzetten — zoals de hertaxatie bij Domeinen (DRZ) — vóórdat hij zich op een vormfout beroept.
De rode draad: een inhoudelijke waarderingsbeslissing gaat vóór een formele afwijzing. De inspecteur mag niet op een technisch detail wegkijken van de werkelijke waarde.
“De BPM is geen factuurbelasting” — wat betekent dat?
BPM wordt geheven over de werkelijke waarde van de auto (de handelsinkoopwaarde), niet over het bedrag op je aankoopfactuur. Dat is een principieel verschil. Het betekent dat een ontbrekende of afwijkende factuur op zichzelf geen reden is om je taxatierapport af te wijzen en de tabel op te leggen. De vraag is niet “wat staat er op de factuur”, maar “wat is de auto in Nederland werkelijk waard”.
De BPM wordt geheven over de werkelijke waarde van de auto — niet over het bedrag op de factuur. Een ontbrekende factuur is geen reden om die waarde te negeren.
Vormfouten zijn geen vrijbrief meer voor de tabel
Timing van het rapport, een ontbrekende factuur, een discussie over de kilometerstand: het zijn precies de formele punten waarmee rapporten de laatste jaren massaal werden afgewezen. Het Hof maakt duidelijk dat de inspecteur die punten niet als sluiproute naar de tabel mag gebruiken, maar eerst inhoudelijk moet toetsen.
Dat sluit aan bij de lijn van de Hoge Raad. In het arrest van 3 oktober 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1472) bevestigde de Hoge Raad dat het wisselen van koerslijst altijd is toegestaan, mits de gekozen koerslijst bruikbaar is. Ook daar geldt: de inhoud telt, niet de vorm.
Wat dit voor jou als importeur betekent
Twee dingen tegelijk. Enerzijds sta je sterker: een inspecteur kan je onderbouwde taxatie niet langer met een vormfout van tafel vegen. Anderzijds verschuift de aandacht naar de kwaliteit van je rapport. Nu de formele drempel wegvalt, wordt de inhoudelijke onderbouwing beslissend.
Een verdedigbaar rapport steunt daarom op de werkelijke waarde: een fysieke opname, een onderbouwde koerslijst of taxatie, een schadecalculatie per onderdeel, en een expliciet beroep op artikel 110 VWEU. Een zwak rapport blijft een zwak rapport — ook ná deze uitspraak.
De kern
Het Gerechtshof Den Haag herinnert de Belastingdienst aan een basisregel: hef belasting op de werkelijke waarde, niet op een vormfout. Artikel 110 VWEU garandeert dat een ingevoerde auto niet zwaarder wordt belast dan een vergelijkbare auto die al in Nederland staat. Wie te veel BPM heeft betaald doordat zijn rapport op een formeel punt sneuvelde, heeft met deze uitspraak een sterke grond in handen.