Wat heeft de rechter beslist?
De zaak zelf speelde in het vreemdelingenrecht. Een aanvraag werd afgewezen mede op basis van CaseMatcher, een geautomatiseerd systeem van de IND. De aanvrager wilde weten hoe dat systeem werkt en of het een AI-systeem is. De overheid gaf daar geen volledig inzicht in. De rechtbank (ECLI:NL:RBDHA:2026:22096) verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit.
Waarom is een vreemdelingenzaak relevant voor autobelasting? Omdat de rechter vier lijnen trekt die voor élk bestuursorgaan gelden, dus ook voor de Belastingdienst:
- De bewijslast ligt bij de overheid. De enkele stelling dat een algoritme niet beslissend was, is onvoldoende zonder documentatie die dat aantoont.
- Volledig inzicht is vereist. Verklaringen van experts of de leverancier volstaan niet. De rechter wil de werkelijke regels, wegingsfactoren en methodiek kunnen zien.
- Ontoetsbaarheid leidt tot vernietiging. Kan de rechter de werking niet controleren, dan kan hij de rechtmatigheid niet toetsen. Dat levert een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek op.
- Ook "geen algoritme gebruikt" moet aantoonbaar zijn. Zelfs een ontkenning moet met stukken worden onderbouwd.
De meervoudige kamer gaf de overheid zelfs een laatste herstelkans om alsnog openheid te geven. Toen die uitbleef, volgde vernietiging. De rechtbank legde ook uit waarom de lat zo hoog ligt: anders zou ieder bestuursorgaan met de simpele mededeling "geen AI-systeem" aan rechterlijke controle kunnen ontsnappen.
Lees de uitspraak → Rb. Den Haag 7-8-2026 · ECLI:NL:RBDHA:2026:22096Tegen de uitspraak staat nog hoger beroep open bij de Raad van State. Maar de principiële lijn sluit aan bij een bredere beweging in de rechtspraak: geautomatiseerde besluitvorming moet controleerbaar zijn.
Waarom raakt dit uw BPM-naheffing?
Bedenk eerst dit: CaseMatcher, het systeem uit de uitspraak, is een zoekhulpmiddel dat een medewerker handmatig bedient. Het selectiesysteem waarmee de Belastingdienst BPM-aangiften beoordeelt, bekend als "BPM Wegenrisico's", gaat aanzienlijk verder: het selecteert én rekent zelf. Als een handmatig bediend hulpmiddel al tot vernietiging leidt zodra de werking geheim blijft, staat een volautomatisch systeem er niet sterker voor.
Dat het BPM-proces zo geautomatiseerd is, is geen vermoeden maar staat zwart op wit in stukken die via de Wet open overheid zijn vrijgegeven. Drie dingen springen eruit.
Naheffingen komen geautomatiseerd tot stand. In een interne memo over de werkwijze per 1 januari 2023 schrijft de Belastingdienst dat posten "op basis van periodieke query's" worden gedetecteerd en "geautomatiseerd opgevoerd in Workflow", zonder dat een medewerker de aangifte vooraf inhoudelijk beoordeelt. Ook de berekening van de naheffing wordt geautomatiseerd aangeleverd; de behandelaar hoeft "alleen nog maar te beoordelen of deze juist is" (Woo-document 346537).
De selectieregels blijven bewust geheim. Uit de vrijgegeven weegregel-memo's blijkt dat de Belastingdienst de regels opzettelijk "dynamisch en flexibel" houdt, zodat het systeem "onvoorspelbaar naar de markt" blijft en de branche er geen zicht op krijgt (Woo-documenten 334001 en 334010). Dat is geen slordigheid maar beleid.
Een verplichte privacytoets ontbreekt. Er is geen gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) voor dit algoritme uitgevoerd, terwijl artikel 35 AVG die bij geautomatiseerde risicoselectie in de regel verplicht. De Belastingdienst erkende dat schriftelijk in een besluit van 25 april 2025 (kenmerk JAK25/012), bevestigd in de beslissing op bezwaar van 29 augustus 2025. De Autoriteit Persoonsgegevens stelde eerder vast dat de Belastingdienst voor minder dan 10% van ruim 100 selectie-instrumenten een DPIA had gedaan. Over dat DPIA-verzuim schreven wij al eerder, net als over het bezwaar tegen het AP-besluit over het BPM-algoritme.
Leg de lat van Rechtbank Den Haag naast deze praktijk en de conclusie dringt zich op: een BPM-naheffing die door een geheim systeem is geselecteerd en berekend, terwijl de Belastingdienst niet met stukken kan aantonen dat een medewerker inhoudelijk heeft beoordeeld, is op precies dezelfde manier ontoetsbaar.
"Kennelijk onjuist", maar de criteria zijn zwartgelakt
Wie een naheffing krijgt, ontvangt eerst een kennisgeving met de boodschap dat de aangegeven BPM lager is dan de inspecteur heeft berekend. Dat klinkt als een persoonlijke beoordeling. Uit de eigen stukken van de Belastingdienst blijkt echter dat een script het verschil tussen de aangifte en de RDW-data constateert, en dat de berekening geautomatiseerd wordt aangeleverd.
Nog scherper ligt de kwalificatie "kennelijk onjuist". De interne behandelinstructie definieert die als het bewust doen van een opzettelijk foutieve aangifte, en er kan een boete op volgen. Maar de criteria waarmee een aangifte dat stempel krijgt, zijn in de vrijgegeven behandelinstructie integraal zwartgelakt. U kunt dus niet controleren waarom u van opzet wordt beticht, en de rechter evenmin. Precies daar legt de uitspraak van 7 augustus de vinger: het bestuursorgaan moet met stukken kunnen aantonen hoe zo'n kwalificatie tot stand kwam. Kan het dat niet, dan moet ervan worden uitgegaan dat het algoritme mogelijk beslissend was, en is het besluit niet toetsbaar.
Samen met Stichting ROTA op dit dossier
Leitex is als ROTA-erkend taxatiebureau aangesloten bij Stichting ROTA, die op dit moment meerdere procedures voert over het BPM-selectiesysteem: een bezwaarprocedure bij de Autoriteit Persoonsgegevens, Woo-procedures om de weegregels en selectiecriteria boven tafel te krijgen, en beroepsprocedures bij rechtbank Gelderland. Op 8 augustus 2026 is bovendien via het Woo-portaal van het ministerie van Financiën een nieuw Woo-verzoek ingediend dat exact de documenten opvraagt waarvan de rechtbank op 7 augustus oordeelde dat een overheid ze moet kunnen tonen: de regels zelf, de totstandkoming, de AI-kwalificatie, de DPIA-besluitvorming en de criteria achter "kennelijk onjuist". De beslistermijn verstrijkt op 5 september 2026, bij verdaging uiterlijk 19 september 2026. U kunt het verzoek onderaan dit artikel als PDF downloaden.
Als onafhankelijk taxatiebureau staat Leitex zelf buiten die bezwaar- en beroepsprocedures. Onze rol is de feitelijke kant: het taxatierapport dat uw aangifte of bezwaar onderbouwt. Het juridische werk verzorgt voor Leitex-klanten mr. R. Lammers (Recht Zeker). Elke uitspraak zoals die van 7 augustus versterkt die procedures.
Zelf lezen
Controleer het gerust zelf, dit artikel steunt volledig op openbare stukken:
Rechtbank Den Haag over transparantie van algoritmes bij overheidsbesluiten, inclusief de vier kernlijnen uit dit artikel.
Download de uitspraak (PDF) →Het Woo-verzoek dat exact de documenten opvraagt waarvan de rechtbank oordeelde dat een overheid ze moet kunnen tonen.
Download het Woo-verzoek (PDF) →Belangrijk om te weten
Deze uitspraak vernietigt niet automatisch BPM-naheffingen. Het is een uitspraak uit het vreemdelingenrecht, en de Belastingdienst zal betogen dat de BPM-praktijk anders in elkaar zit. Maar de toetsingsmaatstaf is algemeen bestuursrecht: wie een besluit neemt met behulp van een systeem, moet de werking daarvan voor de rechter inzichtelijk kunnen maken. Ontbreken de stukken, dan is dat een gebrek dat tot vernietiging kan leiden. Die maatstaf kunt u vandaag al inzetten in uw eigen bezwaar of beroep.
Tegen de uitspraak van 7 augustus loopt op dit moment nog de termijn voor hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Wij volgen de status en werken dit artikel bij zodra daarover duidelijkheid is.
Bronnen: Rb. Den Haag 7 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22096, en de tussenuitspraak van 7 mei 2026; Woo-documenten Belastingdienst 346537, 334001, 334010 en 346407 (openbaar via de Woo-besluiten van 25 april en 29 augustus 2025); Algoritmeregister publicatie 75246482; Woo-verzoek BPM Wegenrisico's van 8 augustus 2026 (PDF).
Leitex Autotaxatie & Expertise
Leiden · werkgebied heel Nederland
info@leitex.nl · +31 6 16 75 05 18 · www.leitex.nl
Een Leitex-taxatie wordt opgesteld conform artikel 110 VWEU en de geldende wet- en regelgeving. Leitex blijft als onafhankelijk, ROTA-erkend taxatiebureau buiten bezwaar- en beroepsprocedures: wij leveren de feitelijke onderbouwing, het juridische traject verzorgt mr. R. Lammers (Recht Zeker). De Woo- en AP-procedures over BPM Wegenrisico's zijn een zelfstandig initiatief van Stichting ROTA.