Een pilot die officiëel niet bestond

Op 1 september 2026 stuurde staatssecretaris van Financiën E. Eerenberg de Tweede Kamer de stand-van-zakenbrief Belastingdienst (zaaknummer 2026Z17500, documentnummer 2026D40067). In bijlage 1 daarbij, documentnummer 2026D40068, staat onder onderdeel 18 op pagina 14 en 15 wat de importbranche sinds juni in de praktijk merkt. De Belastingdienst schrijft daar onder meer:

In de eerste weken is gemiddeld ruim € 3.000 aan BPM-vermindering per gecontroleerde aangifte voorkomen. Een deel van de aangiften wordt ingetrokken en opnieuw ingediend op basis van een koerslijst of tabel in plaats van een taxatierapport.

Het is de eerste keer dat de naam, de afkorting, de startmaand en een cijfermatig resultaat van dit programma openbaar worden. PTX komt niet voor in het Jaarplan Belastingdienst 2026, niet in het rapport Stand van de uitvoering van juni 2026, niet in het Algoritmeregister en niet in enig gepubliceerd beleidsbesluit. Het persbericht van de Belastingdienst van 8 juli 2026 over extra controles noemde geen naam, geen startdatum en geen cijfers. Toch heeft het programma directe gevolgen: geen fiscaal akkoord betekent geen kenteken.

Lees dat "succes" nog eens goed

Drie dingen vallen op zodra je de gemelde resultaten naast de wet legt.

Aangevers verlaten de wettelijke tegenbewijsroute. De taxatiemethode is de route die de wetgever zelf heeft vastgelegd in artikel 10, zevende lid, van de Wet BPM 1992, en die Nederland op grond van artikel 110 VWEU moet aanbieden: een geïmporteerd voertuig mag nooit zwaarder worden belast dan vergelijkbare voertuigen die al in Nederland rijden. Wanneer een controleprogramma als resultaat meldt dat aangevers die route opgeven en terugvallen op de forfaitaire tabel, die geen rekening houdt met de werkelijke staat van het voertuig en structureel hoger uitkomt, dan is dat geen nalevingswinst. De Staat becijfert die verschuiving zelf op ruim €3.000 per gecontroleerde aangifte.

De cijfers zijn niet te controleren. Het gemiddelde van ruim €3.000 is gepubliceerd zonder noemer, zonder meetperiode en zonder rekenbasis. Ook het jaarlijkse aantal van circa 130.000 taxatierapport-aangiften staat er zonder meetjaar of bron. Een resultaat dat aan het parlement wordt gemeld, hoort navolgbaar te zijn.

Er wordt maar in één richting gemeten. De brief noemt uitsluitend "voorkomen BPM-vermindering". Nergens wordt gerapporteerd in hoeveel gecontroleerde gevallen de taxatie juist bleek, of de aangegeven BPM juist te hoóg was. De Hoge Raad oordeelde op 24 maart 2023 dat de inspecteur bij naheffing uit eigen beweging de voor de belastingplichtige gunstigste heffingsmaatstaf moet toepassen. Een controleprogramma dat alleen de ene kant op meet, staat daarmee op gespannen voet.

Lees de uitspraak → HR 24-3-2023 · ECLI:NL:HR:2023:440

En wie voert die hertaxaties eigenlijk uit?

Een vraag die tot nu toe onbeantwoord blijft: wie verricht de fysieke opnames en hertaxaties van PTX feitelijk? Het Woo-verzoek vraagt om de naam en rechtsvorm van iedere betrokken organisatie en, als er een externe partij is ingeschakeld, om de aanbestedingsstukken en contracten. Daarbij horen drie vragen die er voor elke aangever toe doen:

  • De prikkel. Hangt de vergoeding van die partij af van het aantal afgekeurde aangiften of van het gecorrigeerde BPM-bedrag?
  • Het mandaat. Op grond waarvan verricht een externe partij handelingen in een fiscale procedure, en hoe verhoudt zich dat tot artikel 10:3 Awb en de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 AWR?
  • De dubbele pet. Biedt die partij, of een gelieerde onderneming, zelf taxaties, koerslijsten of schadecalculaties aan op dezelfde markt?

Daar komt een opmerkelijke asymmetrie bij. De Belastingdienst wijst er al jaren op dat aan het beroep van taxateur geen wettelijke eisen worden gesteld. Als de hertaxateur die namens de Staat oordeelt vervolgens zelf geen certificering nodig heeft, verdient dat op zijn minst uitleg. Het Woo-verzoek vraagt daarom ook naar de opleidings- en certificeringseisen van de PTX-hertaxateurs.

Vijftien categorieën, en een portaal dat uitviel

Het Woo-verzoek bestrijkt het tijdvak van 1 januari 2023 tot heden en vraagt onder meer om: het startbesluit en de projectopdracht, de scope en looptijd, de uitvoerder van de opnames, de prestatie-indicatoren en meetdefinities, de onderbouwing van de gepubliceerde cijfers inclusief de noemer, de uitvoeringscijfers per maand en per kantoor, de toetsing op te hoóg geheven BPM, de totstandkoming van de Kamerpassage met beslisnota, de verplichte uitvoerings- en gegevensbeschermingstoetsen, de selectiecriteria en de rol van het algoritme BPM Wegenrisico's, en de evaluatie en besluitvorming over opschaling. Interessant detail: al op 20 april 2023 kondigde het ministerie in Kamerstuk 32 800, nr. 80 een pilot aan waarbij inspecteurs aan de voorkant fysiek zouden beoordelen; of PTX daarvan de uitvoering is, staat nergens.

Het verzoek is bewust afgebakend van het lopende Woo-verzoek van 3 juli 2026 over de werkwijze "onjuiste aangifte" (kenmerk 2026-582), waarvan de beslistermijn op 31 juli verstreek zonder besluit en zonder verdaging. En de indiening zelf zegt ook iets: het Woo-portaal van het ministerie van Financiën gaf bij verzending een storingsmelding (500 Internal Server Error) en bleef die geven. Het verzoek is daarom dezelfde dag per e-mail ingediend. De beslistermijn van vier weken loopt af op 29 september 2026.

Samen met Stichting ROTA op dit dossier

Leitex is als ROTA-erkend taxatiebureau aangesloten bij Stichting ROTA, die dit Woo-verzoek heeft ingediend. Het past in een reeks: de klacht bij de Europese Commissie over de "onjuiste aangifte"-blokkade, de ingebrekestelling van de Autoriteit Persoonsgegevens in de algoritmezaak en de eerdere Woo-procedures over het selectiesysteem BPM Wegenrisico's. Stap voor stap wordt de besluitvorming achter deze praktijk opgevraagd waar zij hoort: in het openbaar.

Als onafhankelijk taxatiebureau staat Leitex zelf buiten die procedures. Onze rol is de feitelijke kant: het taxatierapport dat uw aangifte of bezwaar onderbouwt. Het juridische werk verzorgt voor Leitex-klanten mr. R. Lammers (Recht Zeker).

Belangrijk om te weten

Toezicht op de kwaliteit van taxatierapporten is legitiem, en in het belang van iedere taxateur die zijn vak serieus neemt. Daar gaat dit niet over. Het gaat erom dat een controleprogramma dat een wettelijke tegenbewijsroute feitelijk buiten gebruik stelt, een kenbare grondslag hoort te hebben, in twee richtingen hoort te meten en omgeven hoort te zijn met echte rechtsbescherming. Zolang de opdracht, de criteria, de meetdefinities en de uitvoerder niet openbaar zijn, kan niemand beoordelen of PTX de wet handhaaft of de wet omzeilt.

Zelf lezen

Controleer het gerust zelf, dit artikel steunt volledig op openbare stukken:

Kamerbijlage · 1 september 2026 Document 2026D40068 · onderdeel 18, p. 14-15

De officiële bijlage bij de stand-van-zakenbrief Belastingdienst waarin PTX voor het eerst wordt benoemd.

Download de Kamerbijlage (PDF) →
Het Woo-verzoek · 1 september 2026 Publicatieversie · vijftien categorieën

Het volledige verzoek van Stichting ROTA over de instelling, sturing en cijfers van PTX.

Download het Woo-verzoek (PDF) →

Bronnen: Stand-van-zakenbrief Belastingdienst 1 september 2026 (zaaknummer 2026Z17500, documentnummer 2026D40067) met bijlage 1 (documentnummer 2026D40068, onderdeel 18); HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:440; Kamerstuk 32 800, nr. 80 (20 april 2023); artikel 10, zevende lid, Wet BPM 1992; artikel 110 VWEU; Woo-verzoek Pilot Taxatie BPM van 1 september 2026 (PDF).

Leitex Autotaxatie & Expertise
Leiden · werkgebied heel Nederland
info@leitex.nl · +31 6 16 75 05 18 · www.leitex.nl · KvK 97001813

Een Leitex-taxatie wordt opgesteld conform artikel 110 VWEU en de geldende wet- en regelgeving. Leitex blijft als onafhankelijk, ROTA-erkend taxatiebureau buiten bezwaar- en beroepsprocedures: wij leveren de feitelijke onderbouwing, het juridische traject verzorgt mr. R. Lammers (Recht Zeker). De Woo-procedures over PTX en BPM Wegenrisico's zijn een zelfstandig initiatief van Stichting ROTA.