Het cijfer van 95% komt van BOVAG, niet van de Belastingdienst
Op 9 oktober 2026 meldde BOVAG na een gesprek met de Belastingdienst dat van juni tot september zo'n 1.200 voertuigen met een taxatierapport zijn opgeroepen, dat bij 5% schade werd vastgesteld en dat de overige 95% een brief kreeg “over verbetering van de aangifte”. De vakpers maakte daar “95% afgewezen” van.
De Belastingdienst heeft dit cijfer zelf nergens gepubliceerd. Het eigen nieuwsbericht van de dienst van 8 juli 2026 kondigt alleen extra controles aan en noemt geen aantallen. Het gaat om het oordeel van de dienst over een op risico geselecteerde groep auto's, vastgelegd in brieven waartegen als zodanig geen bezwaar openstaat. Voor zover bekend heeft geen rechter die oordelen getoetst. Het enige handhavingscijfer bereikte de markt dus via de brancheorganisatie van de binnenlandse handel, met daaraan gekoppeld het advies aan de leden om de koerslijst of de tabel te gebruiken.
In hetzelfde bericht zegt BOVAG “niet gelukkig” te zijn met de handhaving “na jaren van zeer beperkte controle, waardoor een ongewenste praktijk is ontstaan”. De vakpers schreef op 27 juli 2026 iets anders: “Grote dealers en de Bovag zijn helemaal niet ongelukkig met het offensief.” Dat is de typering van een journalist, geen citaat van BOVAG.
BOVAG vraagt al dertien jaar om strengere controle
De publieke lijn van BOVAG is constant. Stichting ROTA heeft de uitspraken op een rij gezet met per regel de vindplaats en de datum.
- 2013. “De mazen zijn nu te groot.” Volgens de NOS noemt BOVAG het taxatierapport dan de meest manipulatieve methode.
- 2018. Op het eigen ledenkanaal: “taxateurs verzinnen of vergroten schades”. Strengere eisen aan het rapport zijn op dat moment “nog niet voldoende”.
- 2020, BOVAGkrant. Het taxatierapport “kan zorgen voor een oneerlijke concurrentie”.
- Oktober 2022. Over de verlaging van het schadeforfait: “Dat de overheid hier iets aan wil doen juichen wij toe.” Al vond BOVAG 31% zelf “wel heel laag”.
- 21 maart 2025. Het ministerie van Financiën noteert: “De brancheorganisaties BOVAG en RAI bepleiten de aanpak van misstanden rondom bpm en de parallelimport.”
- 28 mei 2025. In de consultatiereactie vraagt BOVAG een marge van “10% of 15%” in plaats van de 25% die het ministerie zelf voorstelde. Die reactie werd na sluiting van de consultatie per mail ingediend en werd pas via de Woo bekend.
Achter gesloten deuren loopt een tweede spoor. BOVAG is gastheer van het Platform Koerslijsten, waarin de Belastingdienst sinds 2018 met de commerciële koerslijstaanbieders de waardering van gebruikte auto's afstemt. In 2019 was BOVAG ook voorzitter; het ministerie noteerde toen: “Het overleg vindt plaats onder voorzitterschap van de Bovag.” Het archief lag bij BOVAG: toen de Belastingdienst in 2021 een Wob-verzoek moest afhandelen, bleek het eigen archief onvolledig en kwam de verzameling agenda's en verslagen van BOVAG. Taxateurs zitten er niet bij. Ook een dealerholding die wilde aanschuiven “wordt afgewezen”, omdat dit volgens de aanwezigen onvoldoende toegevoegde waarde heeft. Dat Woo-besluit staat hieronder als PDF.
De 31%: een onderzoek dat als schild werd ingezet
De norm die bepaalt hoeveel schade een taxateur mag meewegen, het schadeforfait van 31%, rust op een enkel onderzoek. Het ministerie van Financiën vroeg daarvoor één bureau om een offerte. Dat staat in de Woo-stukken, in de brief waarmee het ministerie de begeleidingscommissie instelde: “Voor het onderzoek naar de forfaits is VSM Insight gevraagd een offerte op te stellen en een plan van aanpak.” Het bureau heet in werkelijkheid VMS | Insight; in het ministerie-stuk staat VSM. Voor het andere onderzoek, naar een normenkader, werd het NIVRE gevraagd. Een motivering voor de keuze van dit bureau is op het Woo-verzoek niet verstrekt.
Het ministerie wist bij de gunning voor wie dat bureau werkte. Het rapport noemt als eerste referentie: “Impactstudies in opdracht van BOVAG (in 2018, 2019 en 2020).” Volgens het bronnenoverzicht van Stichting ROTA leverde het bureau ook tijdens het onderzoek werk af voor BOVAG, zat in het team een oud-medewerker van BOVAG die daar manager research & insights was, en gebruikte het onderzoek data van RDC, dat destijds via Bovemij voor de meerderheid in handen van BOVAG was en sinds 1 juli 2026 voor honderd procent.
De opdracht is terug te vinden tot op de factuur. De overeenkomst noemt een vaste totaalprijs van €37.420 exclusief btw, €45.278,20 inclusief btw, voor diensten in de periode 17 mei tot en met 23 juli 2021. Factuur 211207 van 10 december 2021 vermeldt dat bedrag voluit, “zoals overeengekomen en conform offerte d.d. 21 april 2021”. Die stukken staan hieronder als PDF.
Het ministerie had zelf belang bij een laag percentage. In de interne afwegingstabel staan twee kolommen naast elkaar. Bij een lager forfait: het gebruik van taxatierapporten neemt waarschijnlijk af, er wordt meer gebruikgemaakt van tegenbewijs om een hoger percentage aan te tonen, en, als laatste regel, “Meer opbrengst”. Bij een hoger forfait staat in diezelfde kolommen het omgekeerde, tot en met “Minder opbrengst”.
In de begeleidingscommissie zaten blijkens het rapport vertegenwoordigers van de Belastingdienst, BOVAG, DRZ, FOCWA, het ministerie van Financiën, de RDW en RAI-Vereniging. De mailwisselingen in de Woo-stukken bevestigen dat: de uitnodigingen gaan naar adressen bij minfin.nl, rdw.nl, domeinenrz.nl, focwa.nl, bovag.nl en raivereniging.nl. Taxateurs, de beroepsgroep over wie de norm gaat, zaten er niet in.
Wat er wanneer is opgeleverd, is niet goed na te gaan. De overeenkomst legt vast: “Het eindrapport wordt in digitale vorm opgeleverd op 9 juli 2021.” In december 2021 is het volledige bedrag gefactureerd conform offerte. Het rapport dat naar de Kamer ging dateert van 1 juli 2022, en de schadeanalyse werd in juni 2022 nog gewijzigd. Een eerdere versie zit niet bij de Woo-stukken en de datasets zijn nooit gedeeld.
De onderzoekers adviseerden 23%, de meest voorkomende waarneming: “De meest voorkomende waarneming (modus) komt uit op 23%. (...) Geadviseerd wordt dan ook om 23% te gebruiken.” Het ministerie koos 31%, de mediaan. Uit hetzelfde onderzoek koos het ministerie voor de afschrijvingstabel een dekking van 95% van de markt; voor de schade koos het de mediaan, waarbij de helft van de gemeten gevallen boven de norm ligt. Het gemiddelde in het rapport is 37%, het zeventigste percentiel 45, het negentigste 68. De Kamer kreeg op de eerste pagina van de brief “gemiddeld 31%” te lezen; het gemiddelde was 37%, en pas verderop in de brief staat dat het om de mediaan gaat.
De Kamerbrief koppelde er een toezegging aan voor die andere helft: “Daarom wordt gekeken naar mogelijkheden om feiten en omstandigheden aan te kunnen dragen waaruit een hoger waardeverminderingspercentage blijkt.” Vier jaar later is die mogelijkheid er niet gekomen.
Lees de Kamerbrief zelf → Staatssecretaris van Financiën · 30-09-2022 · Kamerstuk 32 800, nr. 78Hoe het ministerie het onderzoek wilde inzetten, staat in de nota aan de staatssecretaris van 6 september 2022 (notanummer 2022-0000092443). Onder het kopje politiek bestuurlijke context staat:
De onderzoeken zijn begeleid door een begeleidingscommissie waarin BOVAG en RAI plaats hebben genomen. (...) De voorgenomen wetswijzigingen kunnen naar verwachting in algemene zin rekenen op steun van BOVAG en RAI. (...) De verlaging van het waardeverminderingspercentage naar 31 zal waarschijnlijk kritisch worden ontvangen door de taxatiebranche. Eventuele kritiek kan echter worden weerlegd onder verwijzing naar het opgeleverde onderzoek en de mogelijkheid om indien nodig in individuele gevallen tegenbewijs te leveren.
Het onderzoek werd dus al vóór de Kamerbrief ingezet als antwoord op de beroepsgroep die er niet bij zat. En het tweede been van die weerlegging is precies het tegenbewijs in individuele gevallen, de route die nu wordt afgesneden. Dezelfde nota noemt het bedrag waar het om gaat: de aanpassingen leiden naar verwachting tot een budgettaire opbrengst van ongeveer €40 miljoen structureel per jaar.
Hetzelfde onderzoek concludeerde ook dat de aanbieders van koerslijsten voor jonge auto's gemiddeld té veel afschrijving berekenen. Het voorstel in de nota daarover: er “zal het gesprek worden aangegaan met de aanbieders van deze koerslijsten”. Voor de taxatiebranche een norm die met tientallen procentpunten omlaag gaat, voor de koerslijstaanbieders een gesprek.
Een rechtbank noemde het onderzoek in augustus 2026 “onafhankelijk”, zonder dat deze feiten haar, voor zover uit de uitspraak blijkt, waren voorgelegd. Of de uitkomst door deze banden is beïnvloed, kan niemand van buiten vaststellen: de data zijn nooit openbaar gemaakt. Vast staat wie betaalde, wie aan tafel zat, dat onder meer een BOVAG-bedrijf data leverde, wie in het team zat, en hoe het ministerie het resultaat vooraf wilde gebruiken.
Lees de nota aan de staatssecretaris → Ministerie van Financiën · 06-09-2022 · nota 2022-0000092443De brief “onjuiste aangifte” snijdt het tegenbewijs af
Wie na een schouw zijn taxatierapport verliest, krijgt geen aanslag maar een brief. De aangifte wordt niet gebruikt, er volgt geen fiscaal akkoord, er moet een nieuwe aangifte op tabel of koerslijst komen, en een nieuw taxatierapport is niet meer mogelijk als het RDW-onderzoek al is afgerond. De brief is ondertekend met “Namens de inspecteur”, zonder naam. Tegen de brief zelf staat geen bezwaar open. Wij schreven daar twee weken geleden uitgebreid over.
Bij de opname loopt de klok voor beide partijen anders. De inspecteur vond in een procedure twintig minuten opname door een taxateur te kort; de rechtbank zag daarin geen reden het rapport opzij te zetten. Oproepen voor de eigen schouw die Stichting ROTA in dossiers heeft gezien noemen ongeveer vijftien minuten. Op het Woo-verzoek naar deze werkwijze was per 7 oktober 2026 geen besluit genomen, ook niet na ingebrekestelling.
Europees recht stelt een harde voorwaarde
Het Hof van Justitie heeft in Gomes Valente (C-393/98) bepaald wanneer een lidstaat met een forfaitaire tabel mag werken. De eigenaar van een ingevoerde auto moet de toepassing ervan op zijn auto in rechte kunnen betwisten, en de belasting mag niet, ook niet in een klein aantal gevallen, hoger zijn dan op een vergelijkbare binnenlandse auto. Een tabel die volgens het eigen onderzoek 95% van de markt dekt, laat per definitie gevallen over waarin hij niet klopt. Juist daarvoor bestaat de taxatiemethode in de Wet BPM.
De Europese Commissie besloot op 9 juli 2025 Griekenland voor het Hof te dagen (zaak C-451/25). De Commissie verwijt Griekenland onder meer dat de registratiebelasting op bepaalde ingevoerde tweedehands auto's hoger uitvalt dan de restbelasting in vergelijkbare binnenlandse auto's, en dat Griekenland de registratie van bepaalde ingevoerde auto's verbiedt zonder eenzelfde verbod voor binnenlandse auto's. Dat laatste noemt de Commissie een duidelijke beperking van het vrije verkeer van goederen. De Griekse zaak gaat over wetgeving en de Nederlandse praktijk over uitvoering, maar de gemene deler is herkenbaar: een registratie die wordt geblokkeerd bij auto's die uit een andere lidstaat komen.
Het ministerie noemt bovendien in de conceptregeling digitalisering BPM zelf het risico dat stelselmatige controle van de materiële toestand bij de keuring strijdig kan zijn met artikel 34 VWEU, en weerlegt dat vervolgens in dezelfde tekst. Een handhaving die het tegenbewijs alleen op papier laat bestaan, kan daarmee in strijd zijn met artikel 110 VWEU zoals het Hof het uitlegt.
Wat Stichting ROTA vraagt
- Aan BOVAG: op welke basis ontvangt BOVAG handhavingscijfers van de Belastingdienst die niet openbaar zijn, en waarom voert BOVAG over de taxatiecontroles wel overleg met de fiscus maar niet met de taxatiebranche?
- Aan de Belastingdienst: waarom is de brief “onjuiste aangifte” geen voor bezwaar vatbare beschikking, en welke rechtsbescherming heeft de aangever dan?
- Aan de staatssecretaris: waarom is 31% gekozen en niet de geadviseerde 23%, waarom stond in de Kamerbrief “gemiddeld 31%” terwijl het gemiddelde 37% was, en zijn de banden tussen het onderzoeksbureau en BOVAG bij de opdracht gewogen?
De keuze ligt in Den Haag, niet bij de taxateurs: respecteer het recht op tegenbewijs, of schaf de BPM af.
Stuur ons de brief en het taxatierapport, dan kijken wij of het dossier overeind blijft en of uw geval tot de helft behoort waarin het werkelijke waardeverlies boven de 31% ligt. Met uw toestemming melden wij uw ervaring geanonimiseerd bij Stichting ROTA, die hierover de procedures voert.
Leg uw dossier aan ons voor →Zelf lezen
Elk cijfer in dit artikel komt uit een openbaar stuk. Wij hosten ze hier zelf, zodat u ze zonder omweg kunt nakijken:
Het onderzoek achter de 31%: de percentielen, het advies van 23%, de 95%-dekking voor de tabel en de samenstelling van de begeleidingscommissie.
Download het rapport (PDF) →De steun van BOVAG en RAI, het weerleggen van kritiek uit de taxatiebranche en de budgettaire opbrengst van ongeveer €40 miljoen per jaar.
Download de nota (PDF) →De brief waarin de staatssecretaris 31% aankondigt, de mediaan uitlegt en tegenbewijs voor de andere helft toezegt.
Download de Kamerbrief (PDF) →De stukken over het overleg tussen Belastingdienst en koerslijstaanbieders, inclusief de afwijzing van een dealerholding.
Download de Woo-stukken (PDF) →De opdrachtformulering, de brief aan de begeleidingscommissie, de overeenkomst met de opleverdatum, de factuur van €37.420 en de afwegingstabel met “Meer opbrengst”.
Download de Woo-stukken (PDF, 5,8 MB) →De lijst met alle stukken rond de opdracht, inclusief de factuur van VMS | Insight van 10 december 2021 en de Q&A over het waardeverminderingspercentage.
Download de inventarislijst (PDF) →Het volledige dossieronderzoek, met een bronlabel bij elke bewering. Leitex is als ROTA-erkend taxatiebureau aangesloten maar staat zelf buiten de procedures.
Naar het ROTA-rapport (PDF) →Bronnen: VMS | Insight, Onderzoek naar forfaits in de BPM, 1 juli 2022 (PDF); nota aan de staatssecretaris van Financiën, 6 september 2022, nr. 2022-0000092443 (PDF); Kamerstuk 32 800, nr. 78, 30 september 2022 (PDF); Woo-besluit Platform Koerslijsten, 14 juli 2021 (PDF); inventarislijst bij het Woo-besluit over het forfaitenonderzoek (PDF); Woo-stukken bij het forfaitenonderzoek, 88 pagina's (PDF); BOVAG, 9 oktober 2026; Belastingdienst, 8 juli 2026; Rb. Noord-Holland 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:11000; Rb. Noord-Holland 20 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5908; HvJ EU 22 februari 2001, Gomes Valente, C-393/98 (inhoud in eigen woorden weergegeven, niet als citaat); persbericht Europese Commissie IP/25/1094 van 9 juli 2025; artikel 110 VWEU. De publieke uitspraken van BOVAG uit 2013 tot en met 2025, de citaten uit het Platform Koerslijsten en de gegevens over de samenstelling van het onderzoeksteam en de eigendomsverhoudingen rond RDC zijn ontleend aan het bronnenoverzicht in het rapport “De kamer zonder taxateurs” van Stichting ROTA, dat per regel de oorspronkelijke vindplaats en datum vermeldt.
Leitex Autotaxatie & Expertise
Leiden · werkgebied heel Nederland
info@leitex.nl · +31 6 16 75 05 18 · www.leitex.nl · KvK 97001813
Een Leitex-taxatie wordt opgesteld conform artikel 110 VWEU en de geldende wet- en regelgeving. Leitex blijft als onafhankelijk, ROTA-erkend taxatiebureau buiten bezwaar- en beroepsprocedures: wij leveren de feitelijke onderbouwing, het juridische traject verzorgt mr. R. Lammers (Recht Zeker). De Woo-verzoeken en procedures in dit dossier zijn een zelfstandig initiatief van Stichting ROTA. De illustratie bij dit artikel is een spotprent en geen weergave van een werkelijke bijeenkomst.