Een beslissing die geen besluit heet
Het bericht draagt de titel “Uw aangifte BPM” en in de systemen van de Belastingdienst de code A2A003-05. Er staat in dat de aangifte onjuist is. Een naheffingsaanslag volgt niet, en juist dat verschil bepaalt alles.
Tegen een naheffingsaanslag staat rechtsbescherming open. U maakt bezwaar, u gaat zo nodig in beroep, en een rechter beoordeelt wat uw auto werkelijk waard was. Tegen een bericht dat alleen zegt dat uw aangifte onjuist is, kan dat niet. Er is geen besluit, dus geen bezwaar, dus geen rechter. Wat overblijft is wachten met een auto die niet op kenteken komt, of opnieuw aangifte doen volgens de forfaitaire tabel of een koerslijst. In beide gevallen belandt het taxatierapport waarvoor u betaalde op geen enkel bureau van een rechter.
Stichting ROTA, het register van onafhankelijke taxateurs waarbij Leitex is aangesloten, vroeg de Belastingdienst met een beroep op de Wet open overheid om de stukken achter deze werkwijze. Dat verzoek staat geregistreerd onder kenmerk 2026-582. De beslistermijn verstreek zonder besluit en zonder verdaging, en ook na de ingebrekestelling bleef een besluit uit. Daarom ligt de zaak nu bij de bestuursrechter.
Eerst kijkt een algoritme mee
Hoe een aangifte in de molen terechtkomt, is wel in grote lijnen bekend. BPM-aangiften worden doorgelicht door het algoritme “Belasting van personenauto's en motorrijwielen – Wegenrisico's”, opgenomen in het Algoritmeregister onder nummer 75246482. Het register beschrijft de werking zo: “Het algoritme controleert de aangifte op mogelijke onjuistheden.” Worden er bijzonderheden gevonden, dan wordt de aangifte “eruit gehaald en doorgestuurd naar een medewerker voor handmatige controle”.
Het register benoemt zelf de twee uitkomsten die daarop kunnen volgen: “Dit kan leiden tot een naheffingsaanslag voor de importeur of een verzoek om de aangifte opnieuw en correct in te dienen.” De tweede route is precies de route zonder rechtsbescherming. Het veld voor impacttoetsen in het register is leeg.
De weegregels zelf zijn geheim. Een document over de risicomodule waarmee BPM-aangiften worden gewogen, werd op 3 juni 2026 integraal geweigerd, met als reden dat openbaarmaking het mogelijk zou maken fiscale controles te ontwijken. Over het algoritme loopt een afzonderlijk Woo-verzoek (kenmerk 2026-758), waarin deze week eveneens beroep wordt ingesteld. Op dit dossier liep eerder al de uitspraak waarin de rechter transparantie eiste over het geheime algoritme en de ingebrekestelling van de Autoriteit Persoonsgegevens.
Wie mag hierover eigenlijk beslissen?
De wet laat hier weinig ruimte. Over een BPM-aangifte beslist de inspecteur, en dat is de functionaris die de minister daarvoor aanwijst (artikel 2, derde lid, onderdeel b, AWR). Voor de BPM is dat de algemeen directeur van de directie Centrale Administratieve Processen (artikel 5, eerste lid, Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003).
Doorgeven mag, maar niet stilzwijgend. Een algemeen mandaat moet schriftelijk worden verleend (artikel 10:5, tweede lid, Awb). Wie niet onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever werkt, moet bovendien met het mandaat instemmen (artikel 10:4, eerste lid, Awb). Uitzendkrachten werken onder toezicht en leiding van de inlener (artikel 7:690 BW), maar zijn niet in dienst van de Staat.
Het gepubliceerde Mandaatbesluit Belastingdienst regelt wie besluit namens de staatssecretaris, niet wie besluit namens de inspecteur. Een openbaar mandaat voor het oordeel “onjuiste aangifte” is niet te vinden: niet voor medewerkers van de Belastingdienst, niet voor Domeinen Roerende Zaken en niet voor ingehuurde krachten. De berichten die Stichting ROTA onder ogen kreeg komen van de afdeling Autoheffingen, volgen een vaste tekst en zijn vrijwel allemaal ondertekend met alleen “Namens de inspecteur”, zonder naam en zonder functie.
Dat is geen theoretisch bezwaar. De rechtbank Zeeland-West-Brabant schreef dit jaar in een BPM-zaak dat uit de gedingstukken niet viel op te maken wie het besluit had genomen, en noemde de toenmalige werkwijze van de inspecteur “ten principale onjuist”. Wij schreven daar eerder over in ons artikel over het mandaatverbod bij BPM-naheffingen. De Hoge Raad noemde al in 2002 de regel dat de heroverweging in bezwaar moet gebeuren door een ander dan degene die het primaire besluit nam “een essentieel voorschrift”. Bij de onjuiste aangifte is er geen bezwaar, en dus ook geen tweede paar ogen.
Een kwartier is te kort, behalve voor de Belastingdienst zelf
Lang was het schouwen van geïmporteerde auto's het werk van Domeinen Roerende Zaken (DRZ), een andere dienst van het ministerie van Financiën. Inmiddels laat de Belastingdienst auto's ook op eigen kantoren tonen. In oproepbrieven waarover Stichting ROTA beschikt, afkomstig van het team Procesregie BPM, worden aangevers opgeroepen naar Venlo of Maastricht. Daar vraagt een medewerker van de Belastingdienst de auto naar de opnameplaats te rijden, wordt het voertuig gefotografeerd en beoordeeld, en duurt de controle volgens diezelfde brief ongeveer vijftien minuten. Beeldopnames maken door de aangever is op het terrein niet toegestaan. Daarna volgt, aldus de oproep, een besluit over het al dan niet verlenen van het fiscaal akkoord. Het bericht “onjuiste aangifte” sluit bezwaar tegen juist dat besluit uit.
De klok loopt voor beide partijen anders. DRZ rekende in zijn eigen toelichting op ongeveer zestig minuten per controle, de Belastingdienst noemt vijftien, en uit de praktijk krijgt ROTA meldingen van opnames van nauwelijks een minuut, soms met een handvol foto's en soms zonder. Tegenover de taxateur van de aangever hanteert de inspecteur een heel andere maatstaf. In een zaak bij de rechtbank Noord-Holland voerde hij aan dat een opname van twintig minuten te kort was om alle aspecten van de auto goed op te nemen en 171 foto's te maken. De rechtbank ging daar niet in mee: zij vond de duur van de opname van onvoldoende gewicht om het taxatierapport om die reden terzijde te schuiven.
Andere rechters wegen het strenger. Het gerechtshof Den Haag onderschreef dit jaar het oordeel van de rechtbank dat het niet aannemelijk is dat een taxateur in vijftien minuten de wielophanging, de velgen en banden, de stuurinrichting, de remmen, de motor, de versnellingsbak en aandrijving, de elektrische installatie, de carrosserie en het interieur kan beoordelen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde juist dat de hoeveelheid werk die een taxateur in een half uur verrichtte geen reden was om het taxatierapport in zijn geheel terzijde te schuiven.
Hoe rechters dit wegen verschilt dus per zaak. Wat niet verschilt, is de maatstaf die de Belastingdienst aan zichzelf stelt: een kwartier dat bij de taxateur te kort heet, is bij de eigen schouw het uitgangspunt.
Wat de Belastingdienst en DRZ onderling afspraken
Hoe het werk tussen beide diensten is verdeeld, staat in stukken die de Belastingdienst in 2022 zelf openbaar maakte, in een Wob-besluit van 20 mei 2022 met kenmerk JAK 22/39. Dat besluit van zestig pagina's staat hieronder als PDF, zodat u het zelf kunt nalezen.
Het convenant uit 2014 legt het oordeel bij DRZ. De opdracht aan DRZ luidt letterlijk: “Vaststellen of de aangegeven waarde in de BPM-aangifte van het motorvoertuig juist is.” Partijen bij dat convenant zijn DRZ en Belastingdienst/Belastingen. De inspecteur komt er niet in voor. Voor dit werk ontvangt DRZ jaarlijks €1.164.700, een lumpsum die blijkens het convenant is vastgesteld op basis van tweeduizend hertaxaties per jaar.
De koers verschoof in stilte. In het afsprakendocument staat bij 18 juli 2016 dat de handelsinkoopwaarde wordt bepaald op basis van een berekend gemiddelde van referentievoertuigen, met daarbij de uitdrukkelijke aantekening: “Dus NIET op basis van de koerslijst.” In latere versies verdwijnt die regel. Vandaag is de koerslijst juist de uitweg die het bericht “onjuiste aangifte” de aangever aanbiedt.
De afspraken laten ook zien wie de uitleg van rechterlijke uitspraken bepaalt. In het document staat bij 18 juli 2017: “De BD zal nav jurisprudentie de medewerkers DRZ op de hoogte brengen hoe te handelen en te interpreteren.” En in een evaluatie uit die periode schrijft de Belastingdienst over de rechter zelf: “Uit de jurisprudentie blijkt dat de rechtelijke macht gemakkelijk over het aspect wel of niet verschenen bij DRZ heen stapt en al snel een oordeel velt over de hoogte van de naheffingsaanslag.” Een werkwijze zonder naheffingsaanslag houdt die rechter buiten de deur.
Een pilot, en vacatures op mbo-niveau
Naast deze werkwijze draait sinds juni 2026 de Pilot Taxatie, afgekort PTX. Wij schreven daar op 1 september over in het artikel over het Woo-verzoek naar de Pilot Taxatie. De Belastingdienst heeft het besluit op dat verzoek (kenmerk 2026-783) uitgesteld tot uiterlijk 13 oktober 2026. Komt het besluit dan niet, dan volgen volgens Stichting ROTA ook daar een ingebrekestelling en beroep.
Wat wel openbaar is, zijn de vacatures. Via uitzendbureau YoungCapital zocht de Belastingdienst deze zomer tijdelijke krachten in Doetinchem en Emmen, tegen €19,86 tot €25,55 bruto per uur. In de advertentie voor een behandelfunctionaris in Doetinchem staat dat de kandidaat “extra capaciteit” biedt “binnen de aangiftebehandeling BPM” en zich richt “op het verwerken van resultaten die voortkomen uit de fysieke schouw van auto's”. Gevraagd wordt minimaal mbo4 werk- en denkniveau. Over het karakter van het werk is de advertentie open: “Omdat het een pilot betreft, staan je taken niet volledig vast.”
Uit die advertenties blijkt niet dat uitzendkrachten zelf het oordeel “onjuist” vellen, en dat beweren wij hier ook niet. Ze maken de onbeantwoorde vraag wel scherper. Als niet openbaar is wie beslist en op grond van welk mandaat, is ook niet vast te stellen of de persoon die uw dossier beoordeelt daartoe bevoegd is.
Wat het EU-recht hier eist
Artikel 110 VWEU verbiedt dat een uit een andere lidstaat ingevoerde auto zwaarder wordt belast dan een vergelijkbare auto die al in Nederland rijdt. Het Hof van Justitie heeft dat voor de Nederlandse BPM uitgewerkt: de heffing mag niet hoger zijn dan het bedrag aan BPM dat nog in de waarde van zo'n vergelijkbare binnenlandse auto besloten ligt (zaak C-437/12). Wie met een taxatierapport aantoont dat dat bedrag lager is, moet dat bewijs ook daadwerkelijk kunnen inbrengen. Artikel 47 van het EU-Handvest garandeert daarvoor een doeltreffende voorziening in rechte.
Het bericht toetst de bovengrens niet. Het wijst de aangever naar tabel of koerslijst, zonder ergens na te gaan of de BPM dan uitkomt boven het restbedrag in een vergelijkbare Nederlandse auto. Een taxatierapport dat zonder besluit, zonder bezwaar en zonder rechter opzij wordt geschoven, is geen effectief tegenbewijs meer.
Dat Brussel hier scherp op let, bleek in juli 2025. De Europese Commissie besloot Griekenland voor het Hof van Justitie te dagen omdat de Griekse registratiebelasting op bepaalde categorieën tweedehands auto's uit andere lidstaten hoger uitvalt dan de restbelasting in vergelijkbare binnenlandse auto's, en omdat Griekenland de registratie van bepaalde ingevoerde tweedehands auto's verbiedt zonder eenzelfde verbod voor binnenlandse auto's. Dat laatste noemt de Commissie een duidelijke beperking van het vrije verkeer van goederen. Juridisch is de Griekse zaak een andere zaak dan de Nederlandse praktijk: daar gaat het om wetgeving, hier om uitvoering. De gemene deler is wel herkenbaar, namelijk een registratie die wordt geblokkeerd bij auto's die uit een andere lidstaat komen. Stichting ROTA diende eerder al een klacht in bij de Europese Commissie over de Nederlandse blokkade.
Wat Stichting ROTA nu doet
- Beroep in Woo 2026-582. Deze week bij de rechtbank Gelderland, wegens niet tijdig beslissen op het verzoek om de stukken achter de werkwijze “onjuiste aangifte”.
- Beroep in Woo 2026-758. Dezelfde stap in het dossier over het selectie-algoritme BPM Wegenrisico's.
- Pilot Taxatie (Woo 2026-783). Het uitgestelde besluit moet er uiterlijk 13 oktober 2026 liggen. Blijft het uit, dan volgen ingebrekestelling en beroep.
- Europese Commissie. ROTA informeert Brussel over het beroep en de onderliggende stukken, in het kader van de lopende klacht over de Nederlandse BPM-handhaving.
Bewaar het bericht, uw aangifte en uw taxatierapport, en vraag de Belastingdienst schriftelijk wie de beslissing heeft genomen en op grond van welk mandaat. Stuur ons een kopie van uw bericht, dan kijken wij mee naar uw dossier. Met uw toestemming melden wij uw ervaring geanonimiseerd bij Stichting ROTA, die de procedures voert.
Meld uw bericht bij Leitex →Belangrijk om te weten
Controle op de kwaliteit van taxatierapporten is legitiem, en elke taxateur die zijn vak serieus neemt heeft er baat bij. Daar gaat dit niet over. Het gaat erom dat een oordeel met zulke harde gevolgen, geen kenteken en geen auto, een kenbare bevoegdheidsgrondslag hoort te hebben en met rechtsbescherming omgeven hoort te zijn. Zolang niet openbaar is wie beslist, op grond van welk mandaat en volgens welke criteria, kan niemand controleren of deze werkwijze de wet handhaaft of de wet omzeilt.
Wij schrijven hier bewust niet dat iemand te kwader trouw handelt. De vraag die voorligt is eenvoudiger en harder tegelijk: laat de stukken zien. Daar is de Wet open overheid voor bedoeld, en daarover gaat het beroep dat nu bij de rechtbank ligt.
Zelf lezen
Dit artikel steunt op openbare stukken. Controleer ze gerust zelf:
Het convenant Belastingdienst-DRZ uit 2014, de afsprakendocumenten en de evaluaties waaruit in dit artikel wordt geciteerd.
Download het Wob-besluit (PDF) →De officiële registervermelding van het algoritme dat BPM-aangiften voorselecteert, inclusief de twee mogelijke uitkomsten.
Bekijk de registervermelding →Bronnen: Algoritmeregister, algoritme 75246482 (BPM – Wegenrisico's); Wob-besluit Belastingdienst / Domeinen Roerende Zaken van 20 mei 2022, kenmerk JAK 22/39 (PDF); Rb. Noord-Holland 20 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5908; Hof Den Haag 14 april 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:878; Hof Arnhem-Leeuwarden 16 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:8430; HR 8 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9084; Rb. Zeeland-West-Brabant 18 mei 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4257; HvJ EU 19 december 2013, zaak C-437/12; persbericht Europese Commissie IP/25/1094 van 9 juli 2025; vacature behandelfunctionaris BPM Doetinchem (archiefkopie); artikel 2, derde lid, AWR; artikel 5 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003; artikelen 10:4 en 10:5 Awb; artikel 7:690 BW; artikel 110 VWEU; artikel 47 EU-Handvest. De oproepbrieven, de berichten met code A2A003-05 en de Woo-dossiers 2026-582, 2026-758 en 2026-783 berusten bij Stichting ROTA.
Leitex Autotaxatie & Expertise
Leiden · werkgebied heel Nederland
info@leitex.nl · +31 6 16 75 05 18 · www.leitex.nl · KvK 97001813
Een Leitex-taxatie wordt opgesteld conform artikel 110 VWEU en de geldende wet- en regelgeving. Leitex blijft als onafhankelijk, ROTA-erkend taxatiebureau buiten bezwaar- en beroepsprocedures: wij leveren de feitelijke onderbouwing, het juridische traject verzorgt mr. R. Lammers (Recht Zeker). De Woo-verzoeken en de beroepen bij de rechtbank Gelderland zijn een zelfstandig initiatief van Stichting ROTA.